Pilot mestverbetering - project 'Boer aan het roer'
In de pilot mestverbetering een onderdeel van de proeftuin Boer aan het roer begeleidde Boerenverstand in 2023 een onderzoek naar wat het effect is van mestverbeteraars op de benutting van stikstof en fosfaat. Het project combineert praktijkproeven met metingen en data‑analyse om vast te stellen of verbeterde mestkwaliteit kan bijdragen aan lagere ammoniakemissie en een betere kringloop op bedrijfsniveau.
De pilot laat zien van hoe Boerenverstand praktijkgericht onderzoek met samenwerking partners kan begeleiden: via gecontroleerde proeven op boerderijen, met onafhankelijke metingen en analyse van data over meerdere jaren.
Aanleiding en context
Drijfmest speelt een centrale rol in de kringloop van stikstof op melkveebedrijven. Tegelijkertijd gaat bij opslag, toediening en omzetting een deel van de stikstof verloren, onder andere in de vorm van ammoniak. . In de praktijk bestaan er uiteenlopende toevoegmiddelen die claimen deze verliezen te beperken, maar onafhankelijke praktijkonderbouwing ontbreekt vaak.
Binnen het programma Boer aan het roer is daarom een praktijkpilot opgezet om deze aannames te toetsen. In dit project is het mengsel Valorem en steenmeel getest. De centrale vraag: leidt toevoeging van hulpstoffen daadwerkelijk tot betere benutting van nutriënten en minder verliezen naar milieu.
Betrokken partijen
De pilot maakt onderdeel uit van de Regio Deal FoodValley – Boer aan het roer en wordt uitgevoerd met maatschappelijke middelen en is geïnitieerd door Waterschap Vallei en Veluwe en LTO Noord. Boerenverstand begeleidde het onderzoek in samenwerking met onder andere Vitasol, De Geobioloog, Beterruwvoer en uitvoerende onderzoeks- en analysepartijen zoals Groeikracht BV.
Daarnaast waren er vier melkveebedrijven betrokken.
Aanpak
De pilot is opgezet als een gecontroleerde praktijkproef. Op elk deelnemend bedrijf waren twee mestkelders beschikbaar waarin hetzelfde rantsoen wordt gevoerd. Eén mestkelder werd behandeld met een mestverbeteraar, de andere fungeerde als referentie.
De onderzoek aanpak bestond uit:
-
analyse van mest-, bodem- en gewasmonsters;
-
monitoring van bedrijfsspecifieke data, zoals rantsoen en melkureum; door deze combinatie van metingen kan het effect van mestverbeteraars op de gehele N‑kringloop worden gevolgd.
-
continu metingen in de mestkelder, waaronder pH‑sensoring;
-
aanvullende NH₃‑metingen in en rond de mestopslag;
-
vergelijking van opbrengst en benutting op percelen met behandelde en onbehandelde mest.
Resultaten en inzichten
De pilot liet zien dat mestverbeteraars invloed kunnen hebben op processen in de mest, zoals samenstelling en omzetting van stikstof. Tegelijkertijd wordt duidelijk dat effecten bedrijfsspecifiek zijn en sterk samenhangen met rantsoen, bedrijfsmanagement en omgevingsfactoren.
Een belangrijk inzicht is dat verbetering van mestkwaliteit niet los kan worden beoordeeld, maar onderdeel is van een bredere kringloopbenadering waarin bodem, gewas en management samenkomen.
Contact
Frank verhoeven, consultant melkvee en eigenaar, frank@boerenverstand.nl