Direct naar content

GLB demobedrijven: De kennis van toen voor de oplossingen van morgen

Er zijn voorlopers in de landbouw die al vele decennia lang exact bijhouden hoeveel opbrengst van hun eigen percelen komt, wat er bemest is en elke 4 jaar bodemanalyses laten steken. Met deze schat aan praktijkdata onderbouwden ze voor zichzelf dat het loont om stap voor stap de inputs te verminderen en te investeren in de bodem. Via dit project hebben we specifiek de kennis en ervaringen van een verbeterd management op (droge) zandgronden opgehaald voor alle landbouwbedrijven, scholen en de periferie. Met dit project hebben we de kennis blootgelegd van voorlopers in de landbouw op het gebied van bodemgezondheid en het reduceren van inputs. Dit hebben we gedaan door middel van een serie uitvoerige bedrijfsportretten, die gemaakt zijn rondom drie melkveehouders.

Betrokken partijen

Dit project is tot stand gekomen met subsidie van de Europese Unie in een GLB demobedrijven (SABE) regeling. Boerenverstand is penvoerder, projectleider en inhoudelijk betrokken bij dit project. Betrokken bij de uitvoering zijn onder andere: Victor Video (Filmwerk), Ornee Creatives (animaties), KingCom (Communicatie), K&G Advies (Data-analyses), Farmvision (projectmanagement).

Experts betrokken bij de data-analyse en inhoudelijke invulling van de video's zijn: Gerard Abbing (groeikracht), Sjoerd Malda (dierenkliniek Deventer), Rene Jochems (groeibalans), Stefan van het Ooster (K&G advies), Wim van der Geest (K&G advies), Nick van Eekeren (Louis Bolk instituut), Geert Stevens (WUR) en Frank Verhoeven (Boerenverstand).

In dit project werken we samen met drie melkveehouders op droge zandgrond uit verschillende regio's in Nederland.

Erik Smale van Groot Steinfort (Joppe - Gelderland)

Erik heeft 170 koeien op circa 110 hectare zandgrond. Erik heeft in de afgelopen jaren zijn melkveebedrijf ingericht om de kringloop tussen bodem, voer, dier en mest zo optimaal mogelijk in te richten. Erik probeert met zo weinig mogelijk input en verliezen een kringloop te creëren op zijn melkveebedrijf, en beschikt daarnaast ook over veel data. Hierdoor kon hij goed laten zien wat de effecten zijn van zijn strakke kringloop. In de afgelopen 25 jaar is het Erik gelukt zijn organische stofgehalte te verhogen tot gemiddeld boven de 6%, door het gebruik van stromest, slootmaaisel maar vooral door het toepassen van wisselteelt. Hierdoor laat Erik de bodem voor zich werken en hoeft hij minder kunstmest te gebruiken. Gevolg van het gebruiken van wisselteelt is ook dat Erik een relatief jong kruidenrijk grassenbestand heeft, waarbij het VEM-gehalte in de laatste 25 jaar geleidelijk oploopt en het RE-gehalte redelijk stabiel blijft. Dit is in tegenstelling met de rest van Nederland, waar juist een scherpe daling te zien is als gevolg van de aangescherpte mestregels.

Cor heeft vanaf 2012 zijn veestapel geleidelijk afgebouwd van toen nog 88 koeien. In mei 2017 zijn de laatste koeien weggegaan en droeg hij zijn 29 hectare grond over aan buurman en akkerbouwer Jochem van de Langenberg. Cor was een echte kringloopboer, die probeerde met zo weinig mogelijk input zijn bedrijf rond te zetten. Cor is begonnen met een organisch stofgehalte van 2%, terwijl deze is gestegen naar een stabiel organisch stofgehalte van 6%, wat hoog is voor droge zandgronden. Dit heeft Cor bereikt door blijvend grasland, strategisch beregenen en berekend standweiden. Naast de effecten op bodem en voer als gevolg van het kringloop bedrijfssysteem van Cor, waren er ook financiële effecten zichtbaar. Op het melkveebedrijf was erg weinig verlies tussen het gras dat er gegroeid is en wat de koe uiteindelijk heeft benut. Dit had onder andere met het beweidingssysteem te maken, de koeien benutten bijna alles wat er groeit. Cor is efficiënt omgegaan met zijn bodem en eigen voederwinning. Daarnaast hield hij strak de hand aan de krachtvoerkraan, waardoor hij minder gevoelig was voor de stijging van de krachtvoerprijs. Deze krachtvoergift heeft Cor stap voor stap afgebouwd, van 40 kg krachtvoer per 100 kg melk in 1970 naar 20 kg krachtvoer per 100 kg melk in 2017. Hierdoor is, ondanks gestegen krachtvoerkosten, zijn kostprijs €0.063 lager geworden.  

Douwe Hoeksma (Droge Ham - Friesland)

Douwe boert op een melkveebedrijf van 110 koeien op 80 hectare in het Noordelijke Friese Wouden. Douwe past al decennialang kringloopboeren toe, met weinig input van mineralen. Waarbij Douwe, al vele jaren ver vooroploopt in het terugbrengen van mestgiften en verlagen van ruw eiwit in het rantsoen. Zo was het N-bodemoverschot tussen 2016-2022 slechts 54 kilo, wat veel lager was dan het Nederlands gemiddelde van 122 kg in 2023. Ook de ammoniakemissies zijn in de afgelopen jaren gestaagd gedaald naar 38 kilo per hectare, onder andere door het lage eiwitgehalte in het rantsoen. Uit RIVM nitraatmetingen op het bedrijf van Douwe blijkt dat alle metingen in het grondwater tussen de 5mg en 23 mg liggen. Wat ruim onder de norm van 50mg zit.

Maar aan jaren lang de mineralenkraan dichtdraaien op zandgrond kleven ook nadelen op andere doelstellingen. Dit leverde namelijk ook een dalende mestkwaliteit op, en op zijn bedrijf is zichtbaar dat het bodemleven niet meteen in staat was deze tekorten op te lossen. Hierdoor moet Douwe in de laatste jaren extra voer en bijproducten bijkopen wat negatief doorwerkt in Co2 doelstellingen. Ondanks dat, is het economisch een gezond bedrijf, de koeien geven ruim 9.000 kilo melk met dikke gehaltes waarbij het krachtvoer aandeel slechts 23 kg per 100 kg melk is.

Resultaten

Historische data (de kennis van toen)

De deelnemende bedrijven hebben alle al vele jaren ervaring met een bedrijfssysteem met weinig inputs op droge zandgrond. Op deze bedrijven is alle historische bedrijfsdata op een rij gezet. Dit zijn bijvoorbeeld: bodemanalyses, kuilanalyses, melkkwaliteitsmetingen, diergezondheidsgegevens en kringloopwijzer data. Deze resultaten zijn omgezet in infographics zodat deze goed te interpreteren zijn. Zo kon de verandering op de bedrijven over meerdere jaren inzichtelijk worden. Een voorbeeld was de relatie tussen eiwit van eigen land, het rantsoen van de koe en de stikstofuitstoot op het bedrijf. Maar bijvoorbeeld ook de relatie tussen organische stofgehalte van de bodem, het gewas, de bemesting en de nitraatuitspoeling. Deze data en cijfers werden door externe experts op een rij gezet, geïnterpreteerd en onderbouwd met wetenschappelijk onderzoek.

Video's

Van elke boer werden meerdere video's gemaakt. In deze video's werd ingegaan op een specifiek onderwerp of maatregel, zoals wisselteelt, voerkwaliteit of emissies. Per video werden de bedrijfsresultaten weergegeven (vroeger en nu) en vertelde de veehouder zijn ervaringen. Daarnaast werd gevraagd aan de externe experts om te reageren op specifieke maatregelen en deze te koppelen aan duurzaamheidsdoelen. Zo ontstond er een brug van bedrijfsspecifieke maatregelen naar wetenschap en overkoepelende duurzaamheidsdoelen. Deze korte video's zijn ook verwerkt in een bedrijfsportret per melkveehouder.

Demodag

Afsluitend aan het project wordt er eind 2026 een grote demodag georganiseerd. Voor deze dag worden vooruitstrevende boeren, adviseurs en beleidsmakers uitgenodigd. Daarnaast zijn de experts betrokken bij de plenaire discussie. Deze demodag biedt een platform om boeren, adviseurs en beleidsmakers met elkaar te verbinden en kennis en inzichten uit te wisselen tussen praktijk en beleid voor de specifieke uitdagingen van het sluiten van kringlopen op de droge zandgronden.

Workshops

Eind 2026 worden samen met de deelnemende bedrijven ook teeltdemo's, lezingen en/of workshops georganiseerd voor specifieke doelgroepen en over een specifiek thema. De doelgroep hiervan is collega-melkveehouders en tijdens deze workshops wordt aan de hand van de video's en data-analyse kennis over specifieke maatregelen of thema's gepresenteerd.

Op een later moment volgt hier meer informatie, zoals data en inschrijf formulieren, voor de demodag en workshops.

Vervolg

Eind 2026 wordt het project afgesloten en de video's beschikbaar gesteld voor kennisdeling op de website van Boerenverstand maar ook op Groenkennisnet en groeien naar morgen.

Contact

Vragen over dit project? Neem contact op met: Harmke Schrijver, consultant melkvee, harmke@boerenverstand.nl