Effectiviteit investeringssubsidies Overijssel
De provincie Overijssel stimuleert melkveehouders via investeringsregelingen om te werken aan emissiereductie en verduurzaming van hun bedrijfsvoering. Deze regelingen ondersteunen agrarische bedrijven bij een duurzame bedrijfsvoering en dragen bij aan provinciale opgaven. Maar wat leveren deze investeringen in de praktijk daadwerkelijk op? In een meerjarig onderzoeks- en leerproject, in opdracht van de provincie Overijssel, brengt Boerenverstand samen met melkveehouders de effecten van deze investeringen in beeld.
Deze opdracht weergeeft hoe wij binnen ons bureau ook onderzoeken doen naar doelmatigheid en doeltreffendheid van bepaalde middelen voor duurzame landbouw. Ook doen wij van aanbevelingen om de effectiviteit van dergelijke regelingen te laten verbeteren en beter te laten aansluiten op de boerenPraktijk.
Aanleiding en context
De provincie Overijssel biedt diverse investeringsregelingen aan om boeren te ondersteunen bij duurzame bedrijfsvoering. Er wordt onderzoek gedaan naar investeringen in mestrobots, spoelleidingen (evt. i.c.m. toevoegmiddelen) en hooidrooginstallaties. Er is specifieke aandacht voor de impact van bepaalde investeringen op (milieu)thema's zoals bodem, emissies naar lucht, waterkwaliteit en –kwantiteit, en diergezondheid.
Daarom is een meerjarig project gestart waarin zowel dataanalyses worden gedaan via de onder andere de KLW en enquêtes maar ook in studiegroepverband met de boeren dieper in wordt gegaan op de (milieu) effecten van deze investeringen en hoe ze de investering in kunnen zetten voor het meeste resultaat.
Betrokken partijen
De provincie Overijssel is opdrachtgever van het project. In totaal nemen circa 130 melkveehouders deel, verdeeld over verschillende investeringscategorieën.
Boerenverstand voert het onderzoek uit, verzorgt de dataverzameling en begeleidt de deelnemende melkveehouders in studiegroepverband. Boerenverstand is hierin de onafhankelijke tussenpartij die zorgt dat provincie en boer elkaar verstaan. Waar nodig worden externe experts betrokken voor verdiepende kennis en duiding.
Aanpak
Het project combineert effectenanalyse met leren in studiegroepen. Voor alle deelnemers wordt data verzameld, onder andere via de KringloopWijzer, analyses en uitgebreide enquêtes. Deze data geven inzicht in ontwikkelingen rondom ammoniakemissie, nitraat, broeikasgassen, diergezondheid, bodem en bedrijfsvoering.
Naast de data-analyse worden studiegroepen ingericht per type investering. Binnen deze groepen wisselen melkveehouders ervaringen uit, vergelijken zij resultaten en bespreken zij hoe de investering optimaal kan worden ingezet. Dit gebeurt op de deelnemende bedrijven zelf en soms op excursielocaties, zodat theorie en praktijk direct verbonden zijn. In gesprek met deze boeren wordt ook waardevolle informatie opgehaald om de regeling te verbeteren. Bijvoorbeeld aanbevelingen over de praktische toepasbaarheid en welke knelpunten er zijn om de uitvoering te optimaliseren, zoals in dit geval opslagcapaciteit en dure mestafzet in combinatie met toevoegen van water middels de mestrobots en druppelslangen of vergunningverlening voor bouw van de hooidrooginstallatie.
De rapportage voor de provincie omvat o.a. een onderbouwde analyse van het effect van de drie investeringen obv de KLW-data, literatuurstudie en aanvullende gegevens die uitgevraagd zijn middels een enquete; een beoordeling van de impact op de agrarische bedrijfsvoering middels vragen uit de enquete; een evaluatie van de economische impact van de regelingen op agrarische bedrijven en uiteindelijk een advies over de doelmatigheid en doeltreffendheid van de regelingen in Overijssel.
Resultaten en inzichten
Het project levert inzicht op in de mate waarin technologische investeringen bijdragen aan de beoogde duurzaamheidsdoelen. Niet alleen in cijfers, maar ook in gedrag, keuzes en praktijkervaringen van melkveehouders. Door investeringen in samenhang te bekijken met management en bedrijfsvoering ontstaat een realistischer beeld van wat technologie wel en niet kan betekenen op het boerenerf.
Daarnaast zorgt de studiegroep aanpak voor kennisdeling tussen deelnemers en voor beter begrip van randvoorwaarden voor succes.
Vervolg
Het project loopt van 2025 t/m 2028. In de komende periode worden de deelnemers verder begeleid in studiegroepen en worden de data-analyses verder verdiept.
Uiteindelijk resulteert dit in een integrale evaluatie in 2028 d.m.v. een rapport van de investeringsregelingen en concrete aanbevelingen voor de provincie Overijssel over de doelmatigheid en doeltreffendheid van deze investeringssubsidies.
Contact
Vragen over dit onderzoek? Of benieuw hoe wij onderzoek doen in en mét de praktijk. Neem contact op met: Harmke Schrijver, consultant melkvee, harmke@boerenverstand.nl