Derogatie voor melkveebedrijven met een hoge N-efficiëntie of een laag N-bodemoverschot?
De (grondgebonden) melkveehouderij maakt zich ernstig zorgen over het verlies van de derogatie. Minder dierlijke mest plaatsen betekent niet alleen dat er meer kunstmest gebruikt moet worden voor dezelfde gewasproductie, het betekent ook een tekort aan tal van mineralen en spoorelementen en vooral aan organische stof. Dat moet dus weer extern aangevoerd worden. Kringlooplandbouw gaat over het afbouwen van kunstmest en krachtvoer en is gebaat bij dierlijke mest om producties op peil te houden. Kringloopboeren willen verdere stappen zetten om inputs af te bouwen, maar willen kosten wat kost hun eigen mest (het bruine goud) op het eigen bedrijf behouden en plaatsen.
Op allerlei manieren zijn er pogingen gedaan om met metingen te onderbouwen dat er minder stikstofverliezen zijn. Volgens ons kan op bedrijfsniveau prima een onderbouwing worden aangeleverd dat stikstof niet verloren is gegaan naar het milieu, maar in de kringloop is gebleven. Dat is niet alleen gunstig voor verliezen naar de bodem (zoals nitraat), maar ook voor stikstofverliezen naar de lucht (ammoniak): integraal aanpakken. Helaas lijkt het al lang niet meer over de inhoud te gaan, maar over de relatie tussen de Europese Commissie en Nederland, waar weinig ruimte meer is om af te wijken. Tegelijk maken wij ons zorgen dat de motivatie om grasland te behouden verdwijnt, er meer maïs verbouwd gaat worden en dus meer soja aangekocht zal worden. Ook zal er flink meer kunstmest gebruikt worden. En wie wordt daar eigenlijk beter van? De boer, de natuur, het milieu en het klimaat in elk geval niet.
Van gewasderogatie naar bedrijfsderogatie
Tot nu toe mocht op elke hectare grasland in Nederland 230 of 250 kg N uit dierlijke mest worden aangewend (afhankelijk van grondsoort), ongeacht de benutting van die stikstof. Wij pleiten om die benutting op bedrijfsniveau te beoordelen (bedrijfsderogatie). Dit is in lijn met het traject van belonen voor prestaties op basis van KPI’s.
De gewenste stikstofefficiëntie (NEU). In de figuur zorgt een uitkomst in het witte gebied voor optimale benutting (Bron: EU-Nitrogen panel)
Berekening op basis van afrekenbare stoffenbalans
Met een robuuste mineralenbalans op basis van input en output (de afrekenbare stoffenbalans) kan voor elk landbouwbedrijf jaarlijks het stikstofverlies bepaald worden als het verschil tussen aan- en afvoer.
- Aanvoer van eigen bedrijf telt voor 0% mee. Binnen 20 km 20%, binnen 50 km 50%, binnen Nederland 75% en buiten Nederland 100%. Kunstmest telt altijd voor 100%.
- Afvoer van ruwvoer en mest op eigen bedrijf telt 0% mee. Binnen 20 km 20%, binnen 50 km 50%, binnen Nederland 75% en daarbuiten 100%.
Dierlijke en andere agrarische producten tellen altijd voor 100% mee. De stikstofbinding telt niet mee. Bij berekening van de NUE KPI komen waarden boven de 1 uit; hoe hoger, hoe beter. Voorgesteld wordt om met driejaargemiddelden te werken.
Het stikstofrendement (NUE) moet in combinatie met bodemkwaliteit voorkomen dat uitmijning optreedt en vormt een goede indicator binnen het mestbeleid.
Wanneer wel/geen derogatie?
Als bedrijven aantoonbaar boven de 1 NUE scoren (of in het witte gebied uit de grafiek), verdienen zij derogatie. Hoe hoger de score, hoe beter. Dit kan gestimuleerd en gewaardeerd worden via beloning door overheden en ketenpartijen.